'Het oude normaal is het probleem'



Zouden we de lessen uit de coronacrisis toepassen op het klimaat, dan kunnen we echt sprongen vooruit maken, zegt Ignace Schops.


Levensles 1: NEVER WASTE A GOOD CRISIS

‘Covid heeft ons een aantal interessante inzichten gebracht die - als we ze zouden transfereren naar de klimaatcrisis - voor grote sprongen voorwaarts kunnen zorgen. Drie opmerkelijke lessen zet ik graag in de kijker. Ten eerste dachten we dat het vier jaar zou duren om een remedie te vinden toen het coronavirus bij ons kwam. Door allemaal samen te werken hebben we het ontwikkelproces in minder dan een jaar doen slagen. Ten tweede achtten heel wat mensen het niet mogelijk dat we ons gedrag op relatief korte termijn zouden kunnen veranderen, zoals de social distancing met anderhalve meter, maskers dragen, handen wassen, enzovoort. En ten derde, volgens mij het meest belangrijke, dat de politiek een beetje dichter bij de wetenschap is gekomen. Men is weer gaan luisteren naar virologen en wetenschappers om te kijken wat er aan de hand is en hen daarin het voortouw laten nemen. Dat laatste zou ook een grote vooruitgang betekenen voor de mooi opgeschreven lange volzinnen over hoe belangrijk klimaat en natuur is, maar waar vandaag nog te weinig van in huis komt. Net zoals bij de coronacrisis kunnen we niet meer teruggaan naar het oude normaal, want dat oude normaal is juist het probleem.


"We moeten op zoek naar een nieuw normaal."

Wie leidt deze dans? ‘Als we tot dat nieuwe normaal willen komen dan zal de inspanning tot verandering integraal en door iedereen samen moeten gebeuren. De overheid volgt vaak prikkels die in de samenleving ontstaan en gaat daarop ageren. We staan op een kantelpunt om een nieuw samenlevingsmodel voor de toekomst te organiseren, waar het woord solidariteit een nieuwe lading gaat krijgen. We zijn ogenschijnlijk vergeten hoe solidariteit zoveel welzijn heeft gebracht in de wereld. We komen tot het besef dat solidariteit iets is waar veel moois mee gerealiseerd kan worden.


De overheid schiet vaak pas in actie als ze met haar rug tegen de muur staat, wanneer ze niet meer anders kan. Als we terugblikken in de geschiedenis dan zien we dat het meestal rampen of crisisperiodes zijn die verandering brengen. Kijk maar naar de Dutroux-affaire, de dioxinecrisis, Verkest oliën... Nu met Covid zien we hetzelfde fenomeen, periodes van crisis zorgen voor verandering. Verschillende niveaus in de samenleving kunnen verandering in gang zetten. Het verhaal van Rosa Parks toont ons hoe kleine dingen tot grote veranderingen kunnen leiden. Parks weigerde haar zitplaats in de bus af te staan voor blanke passagiers. Uiteindelijk heeft zij een totale verandering teweeggebracht door een heel eenvoudige actie. Als we willen kunnen we veel.



Neem nu het dossier over asbest. Asbest is ondertussen wereldwijd verboden, maar als je naar de historie daarvan kijkt, is het niet zo dat overheden in één keer hebben gedacht van “tiens, asbest is kankerverwekkend, we gaan dat verbieden”. Zo is dat niet gelopen. Stilaan kwam er meer wetenschappelijk bewijs dat asbest zeer kankerverwekkend is. Overheden hadden hier oorspronkelijk weinig oren naar, totdat er doden rechtstreeks gelinkt werden aan de gevolgen van asbest. Door wetenschap te combineren met gezondheid kwam er meer en meer bewijs, dan volgden er rechtszaken en op basis van die rechtszaken werden overheden verplicht om asbest te verbieden. Dus met de klimaatzaak willen we zo snel mogelijk het asbest van de toekomst zijn, zodat overheden binnen 10 jaar zeggen: CO2 uitstoot is verboden.


"Wij starten rechtszaken uit liefde voor de planeet".

Levensles 2: THERE IS NO BUSINESS ON A DEATH PLANET

‘Ook de bedrijfswereld wordt zich steeds meer bewust van de negatieve impact die de economie als totaliteit heeft op het klimaat, op de natuur en in extensie op de hele samenleving. De economische wereld begint zich nu heel erg snel te realiseren: there is no business on a death planet. Naast de financiële rapportering kijken aandeelhouders steeds vaker naar duurzaamheid. Dat aandeel groeit wereldwijd en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. Alle grote bedrijven gaan daardoor uit zichzelf proberen na te denken over wat ze kunnen doen tegen wanneer en hoe ze dat aan hun aandeelhouders gaan uitleggen. Overheden gaan tijdslimieten bepalen en zeggen: je moet naar de helft CO2-uitstoot tegen 2030. Dat zorgt ervoor dat bedrijven zelf verantwoordelijkheid op te nemen hebben.

Als ik een internationale bevraging zou doen naar biodiversiteit, dan zal een minderheid mij vragen of dat een wasproduct is en de meerderheid mij zeggen dat het gaat over de bloemetjes en de bijtjes. Maar biodiversiteit gaat over zoveel meer dan alleen the birds and the bees. Het gaat ook over de bodembiodiversiteit die afneemt. We kunnen geen patatten zaaien in de woestijn, hé. De vruchtbaarheid van de bodem is afhankelijk van de bodembiodiversiteit en die neemt even snel af als de biodiversiteit bij de bloemetjes en de bijtjes. Het begint duidelijk te worden dat het groeien van onze tomaten, aardappelen en graan steeds moeilijker wordt.


Om nog maar te zwijgen over de body diversity, onze eigen lichaamsbiodiversiteit. We hebben als mens meer dan 100 miljard levensvormen in en op ons lichaam zitten, waar die afname ook van toepassing op is. Dus ook onze eigen gezondheid gaat stelselmatig achteruit. Als je op die manier naar biodiversiteit kijkt, dan komt het besef hard binnen dat we allemaal deel zijn van de natuur en dat we niet zonder kunnen. Onder het neoliberalisme werd alles gescheiden. De éne is met economie bezig, de andere met gezondheid, nog iemand anders met natuur.


"Iedereen zit in zijn of haar hokje en doet lekker voort op zichzelf, maar er is geen netwerk meer en geen verwevenheid. Terwijl alles altijd verbonden is met alles."

Dat scheidingsdenken heeft veel schade aangericht voor de natuur en de mens en het is hoog tijd om meer verweving te creëren door de gemeenschap, bedrijven en overheden opnieuw te connecteren met de natuur zodat we de grote meerwaarde zien die dit met zich meebrengt voor ons allen.’

Hoe bouw je aan die connecties en verweving? ‘Om die verweving te creëren en iedereen te laten connecteren is het natuurlijk belangrijk om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Als ik in eigen boezem kijk, dan hebben we als natuursector in het verleden fouten gemaakt. Vroeger gingen we altijd aankloppen bij bedrijven en bij overheden als we iets nodig hadden of als er iets gebeurde ten nadele van de natuur. Als er bomen zouden gekapt worden, dan gingen we ons vastketenen aan de poort. Dus we kwamen telkens in een conflictsituatie met elkaar, terwijl we het vertrouwen net op te bouwen hebben op een moment dat we dat netwerk niet nodig hebben. Op zo’n moment luisteren mensen op een andere manier. Dus een netwerk opbouwen doe je niet in de slechte periodes.

"Het zijn mensen die waarde geven. Een ijsbeer zal niet tegen de eerste minister komen zeggen: “Het poolijs is aan het smelten, je moet hier nu iets aan doen”.

We moeten iedereen zover krijgen dat ze de natuur belangrijk vinden. Bedrijfsleiders spelen daar een belangrijke rol in. Als ik dat verhaal breng, ben ik uiteraard the usual suspect, maar als bedrijfsleiders ook het debat aangaan dan krijgt het een heel andere benadering. Het zou fijn zijn als er ook vanuit economische sector gesprekken over natuur en klimaat gevoerd worden, vanuit de wetenschap dat het goed is voor de gemeenschap én voor de bedrijven zelf.’

Wat is een eerste stap om daar werk van te maken als bedrijf? ‘Op bedrijfsniveau begint alles bij openheid. Ga eerst met je personeel samenzitten. Begin met heel simpele dingen zoals waar eet je het liefst je boterhammen op ‘s middags? Binnen? En als je dat buiten doet, hoe zou er dat dan kunnen uitzien? Kunnen we daar iets mee? Welke bedrijfssfeer wil je binnen hebben? Dat soort zaken is stap één. Een tweede stap is het bedrijventerrein onder de loep nemen. Als we naar onze buren kijken, moet er dan overal een afscheiding met een draad komen of kunnen we dat anders bekijken? Welke kansen zitten daarin?


"In Duitsland heb je bedrijventerreinen die bijna de waarde van een reservaat hebben. Dat is een heel andere benadering dan in Vlaanderen waar we in het verleden elk stukje grond met een draad probeerden af te spannen.’


Levensles 3: YOU CAN’T EAT MONEY

Het grootste probleem is toch tijd?

‘We hebben tien jaar. Dus we hebben niet veel tijd meer om nog eens te treuzelen'.

Kunnen wij in deze korte tijd die ons nog rest alle goede dingen op het spoor krijgen? Hebben wij al systemische transities gekend in het verleden die snel zijn gegaan? Een goed beschreven transitie is die van the moonshot van president Kennedy in 1961: “I want to have a man on the moon.” 400.000 mensen hebben daaraan meegewerkt. Meer dan 20.000 bedrijven. Daar hebben we iets uitzonderlijk gerealiseerd op zeer korte tijd. Ook de automobielsector is niet succesvol geworden door de eerste auto’s maar pas door de aanleg van wegen. Wegen, luchtvaartindustrie, oliepijpleidingen, waterleidingen, elektriciteitsnet... Het zijn allemaal systeemveranderingen waar overheden een belangrijke rol in gespeeld hebben, maar vanuit een economische voorloper. Want het zijn allemaal bedrijven die iets opgestart zijn en die geloofden: dit is de toekomst. Maar zonder de overheid zou dit nooit succesvol geworden zijn. Het is een en-en-verhaal.

In Nederland is de discussie over die thema’s voorbij en is de klik in de mindset gemaakt. Daar zijn ze bezig met het ontwikkelen van plannen. Zij zitten in de fase van: ‘we kunnen er zelfs geld mee verdienen’.


'Nederlanders zijn hierin een stuk meer ondernemend dan Vlamingen.'

Nederland weet dat dit de toekomst is. Zeuren is voorbij. In Vlaanderen zitten we nog in een heel sterke politisering van het klimaat- en het natuurdebat: de groene partijen en de linkse partijen, daar hoort natuur en klimaat bij, maar de rechtse partijen zeggen: niet betaalbaar, economisch niet haalbaar.


In België zijn we nog een beetje aan ’t zeuren. We kruipen als land in een afwachtende houding.

Honderd jaar geleden, bij het begin van de industriële revolutie, stond België als land echt in de cockpit, waren we pioniers in Europa en ondervonden we daar ook gigantisch veel voordelen van. Het gaat over geloof. Wij moeten opnieuw durven zeggen: kijk, dit is de situatie, we weten waar we naartoe gaan, laat ons opnieuw alle specialisten samenbrengen en werk maken van wat er ons te doen staat.’

Hoe kunnen we zo’n coronastap zetten voor klimaat en natuur? ‘Wat we nu zien gebeuren met het klimaat zijn symptomen van een veel groter probleem. Chief Seattle, het opperhoofd van de stam van de Duwanish-indianen in de VS, gaf een historische toespraak toen in 1854 de Amerikaanse regering hun land wilde kopen. Hij zei:


only when the last river is poisoned and only when de the last fish is captured and only when the last tree is fallen, only than mankind will know: they cannot eat money”.

Als we geen rekening beginnen houden met hoe we omgaan met onze natuur, dan gaan we er zelf aan ten onder. In onze westerse cultuur hebben we een heel bovenstandige mentaliteit: wij zullen wel heersen over die natuur. Het nadeel is dat wij vandaag op een heel indirecte manier geconfronteerd worden met de gevolgen van deze mentaliteit. Wij zijn de veroorzakers van het probleem en we hebben er het minste last van.


‘Den Aldi’ blijft open bij ons, maar aan de andere kant van de wereld is het een heel ander verhaal.’

Wie is Ignace Schops? Met vier vrienden en een bak Duvel richtte hij het eerste nationale park in België op, Hoge Kempen. Daarop volgden vele bekroningen voor zijn inspanningen voor het klimaat, onder meer in 2008 met de groene Nobelprijs. Hij is president van Europarc Federation, Ashoka Fellow en lid van het Climate Leadership Corps van Al Gore. Bij ons is hij directeur van Regionaal Landschap Kempen en Maasland, dat jaarlijks een omzet in de regio van 191 miljoen euro genereert met duizenden verbonden jobs.


#klimaatzaak #leiderschap #duurzaamheid #ceo #levenslessen